Mobiliteitsvergoeding vs budget

Mobiliteitsvergoeding versus mobiliteitsbudget: what’s in a name?

Marc Verbeek
1-4-2019
Mobiliteitsvergoeding vs budget

In het kader van het streven naar een duurzame mobiliteit, werden door de regering een aantal maatregelen ingevoerd die een aantrekkelijk alternatief (zouden) moeten vormen voor de bedrijfswagen.

De eerste betreft de mobiliteitsvergoeding dewelke per 1 januari 2018 werd ingevoerd.  Deze vergoeding biedt werknemers de mogelijkheid hun bedrijfswagen in te ruilen tegen een maandelijkse cash vergoeding = cash for car. 

De tweede betreft het mobiliteitsbudget dat van toepassing is vanaf 1 maart 2019.    Het mobiliteitsbudget houdt in dat een werknemer ten belope van een bepaald bedrag zijn bedrijfswagen kan inruilen voor een milieuvriendelijker en goedkoper exemplaar.  De rest van het budget kan dan verder aangevuld worden met duurzame vervoermiddelen zoals bv een abonnement op het openbaar vervoer, een autodeelsysteem, een fietsvergoeding,… Een eventueel saldo wordt op het einde van het jaar cash uitbetaald.

Nu beide maatregelen van toepassing zijn, is het tijd voor een vergelijkend overzicht.

Vergelijking van beide maatregelen

De toekenningsvoorwaarden zijn identiek namelijk:

  • De werkgever moet minstens 36 maanden een bedrijfswagen ter beschikking hebben gesteld aan minstens één werknemer.Startende ondernemingen die nog geen 36 maanden actief zijn kunnen de systemen toch aanbieden als zij al 12 maanden bedrijfswagens in hun loonpakketten opnemen.
  • De werknemer moet minstens 12 maanden in de 36 maanden voor aanvraag recht hebben gehad op een bedrijfswagen waarvan minstens 3 maanden onafgebroken voor de aanvraag.

Ze zijn echter niet van toepassing bij aanwerving van een werknemer of bij een bevordering of functiewijziging voor 1 maart 2019. 

Verder zijn beide maatregelen geheel vrijblijvend: de werkgever is niet verplicht ze aan te bieden en de werknemer is niet verplicht er op in te gaan!

De voornaamste verschillen situeren zich op volgende vlakken:

 

Mobiliteitsvergoeding

Mobiliteitsbudget

Bedrag

24% of 20% van 6/7 van de cataloguswaarde van de wagen al naargelang de werkgever de brandstofkosten al dan niet ten laste nam

Totale kost van de huidige wagen voor de werkgever (= Total Cost of Ownership of TCO) inclusief brandstof

Besteding

Vrij te besteden door de werknemer

Vrij te kiezen tussen 3 pijlers of een combinatie ervan:

-1e pijler: milieuvriendelijker wagen

-2e pijler: alternatieve vervoermiddelen (openbaar vervoer, fiets, autodelen,…)

-3e pijler: cash

Personenbelasting

Voordeel alle aard = cataloguswaarde x 6/7 x 4% (eventuele eigen bijdrage mag in mindering worden gebracht)

-1e pijler: forfaitair voordeel alle aard op de nieuwe wagen conform huidige regels

- 2e pijler: belastingvrij

- 3e pijler: belastingvrij

Vennootschapsbelasting

-Vergoeding is aftrekbaar voor 75%

-Voordeel alle aard = verworpen uitgave voor 40% of 17% al naargelang brandstofkosten werden ten laste genomen

-1e pijler: aftrekbeperkingen conform huidige regels

-2e pijler: aftrekbaar

-3e pijler: aftrekbaar

Sociale bijdragen

Solidariteitsbijdrage ten laste van de werkgever in functie van de CO2 uitstoot van de ingeleverde wagen

-1e pijler: solidariteitsbijdrage in functie van de CO2 uitstoot van de wagen ten laste van de werkgever

-2e pijler: vrijgesteld

-3e pijler: bijzondere sociale zekerheidsbijdrage van 38,07% ten laste van de werknemer

Conclusie

in de praktijk zal men beide maatregelen op basis van de concrete situatie tegenover elkaar moeten afwegen en goed berekenen welk van de twee het voordeligste uitkomt. 

Marc Verbeek
Marc  Verbeek
Belastingsconsulent 
Crowe Spark