mobiliteitsmaatregelen isights crowe spark

De nieuwe mobiliteitsmaatregelen

Een oplossing om werknemers uit hun bedrijfswagen te houden?

Marc Verbeek
29-3-2018
mobiliteitsmaatregelen isights crowe spark

In het kader van het streven naar een duurzame mobiliteit, werd door de regering gewerkt aan maatregelen die een aantrekkelijk alternatief (zouden) moeten vormen voor de bedrijfswagen. 

Intussen werd op 15 maart 2018 de reeds lang besproken ‘mobiliteitsvergoeding’ of cash-for-car regeling goedgekeurd door het Parlement.  Daarnaast werkt de regering aan de invoering van een ‘mobiliteitsbudget’.  Tijd dus om de nieuwe  maatregelen inzake mobiliteit even op een rijtje te zetten. 

De bestaande regeling inzake voordelen alle aard

Werknemers en bedrijfsleiders die een bedrijfsvoertuig ter beschikking krijgen, worden belast op een voordeel van alle aard.

Dit voordeel wordt berekend op 6/7 van de cataloguswaarde van het voertuig verhoogd met een coëfficiënt in functie van de CO2-uitstoot en rekening houdend met de ouderdom.

De werknemer/bedrijfsleider wordt op dit voordeel belast aan de progressieve tarieven van de personenbelasting. 

Het voordeel wordt voor de werknemers niet als loon aangemerkt waardoor er geen gewone sociale zekerheidsbijdragen (werknemers- en werkgeversbijdragen) verschuldigd zijn.  Er is enkel een solidariteitsbijdrage verschuldigd door de werkgever.

De werkgever dient het voordeel voor 40% respectievelijk 17% toe te voegen aan de verworpen uitgaven al naargelang er wel of niet tussenkomt is in de brandstofkosten.  De autokosten zijn in hoofde van de werkgever-vennootschap aftrekbaar in functie van de CO2- uitstoot van de wagen.

De mobiliteitsvergoeding of cash-for-car

De mobiliteitsvergoeding biedt werknemers (niet bedrijfsleiders!) de mogelijkheid hun bedrijfswagen in te ruilen tegen een maandelijkse cash vergoeding indien bepaalde voorwaarden zijn vervuld.  Deze wordt op jaarbasis berekend op 24% respectievelijk 20%  van 6/7 van de cataloguswaarde van het voertuig al naargelang de werkgever de brandstofkosten al dan niet ten laste nam.  Betaalde de werknemer een eigen bijdrage, dan wordt deze in mindering gebracht.

Het initiatief gaat hierbij uit van de werkgever en het is de werknemer die beslist er al dan niet op in te gaan.

Voorbeeld

Cataloguswaarde voertuig: EUR 31.000,00

Werknemer beschikt over een tankkaart

Werknemer betaalt geen eigen bijdrage

De jaarlijkse bruto mobiliteitsvergoeding bedraagt dan EUR 6.377,15 ((31.000 x 6/7x24%) hetzij EUR 531,43 per maand

Sociale en fiscale behandeling

Sociaal

De mobiliteitsvergoeding wordt niet als loon aangemerkt waardoor er geen gewone sociale zekerheidsbijdragen (werknemers- en werkgeversbijdragen) verschuldigd zijn.  Er is enkel een solidariteitsbijdrage verschuldigd door de werkgever die gelijk is aan de CO2 solidariteitsbijdrage op de ingeruilde bedrijfswagen. 

 Fiscaal

Geen enkele vrijstelling geldt meer voor verplaatsingsvergoedingen die worden betaald als tussenkomst in het woon-werk verkeer en dit ongeacht het vervoermiddel.

Verder wordt het bestaande voordeel van alle aard van de bedrijfswagen volledig opgeheven.

Anderzijds vormt de mobiliteitsvergoeding zelf een belastbaar voordeel doch niet voor het ganse bedrag.  Het in aanmerking te nemen voordeel wordt berekend op basis van de cataloguswaarde x 6/7 x 4%.

In ons voorbeeld van hierboven bedraagt het voordeel dus: EUR 31.000 x 6/7 x 4% = EUR 1.062 op jaarbasis hetzij EUR 88,50 per maand.  Rekening houdend met het hoogste belastingtarief van 50%, bedraagt de maandelijkse belasting hierop EUR 44,25.

Netto houdt de werknemer dus circa EUR 487 van zijn mobiliteitsvergoeding over (EUR 531 – 44).  Daarboven komt de belastingbesparing wegens het wegvallen van het oorspronkelijke voordeel van alle aard. 

Voor de werkgever is 75% van de mobiliteitsvergoeding aftrekbaar.  Het belastbaar voordeel verbonden aan de mobiliteitsvergoeding zal wel moeten opgenomen worden in de verworpen uitgaven hetzij aan 40% hetzij aan 17% al naargelang er al dan niet een tussenkomst was in de brandstofkosten van de ingeruilde bedrijfswagen. 

Het mobiliteitsbudget

Het mobiliteitsbudget moet ervoor zorgen dat een werknemer zijn bedrijfswagen kan inruilen voor een milieuvriendelijker exemplaar.  Dit kan dan verder aangevuld worden met duurzame vervoermiddelen zoals bv een abonnement op het openbaar vervoer, een deelsysteem, een fietsvergoeding,… Het saldo wordt op het einde van het jaar cash uitbetaald.

Voor de milieuvriendelijkere wagen zal blijvend een voordeel alle aard in aanmerking moeten genomen worden cfr de hierboven geschetste regels.  Ook de andere regels blijven van toepassing.  Het voordeel zal in principe wel lager uitvallen dan dat van de ingeruilde wagen.

De kostprijs voor het verstrekken van andere duurzame vervoermiddelen zal aftrekbaar zijn in hoofde van de werkgever en niet belastbaar in hoofde van de werknemer.

Het saldo dat in cash zal worden uitbetaald, is enkel onderworpen aan sociale bijdragen (25% voor de werkgever, 13,07% voor de werknemer).

Het budget zelf wordt per werknemer individueel berekend rekening houdend met de totale kostprijs op jaarbasis van zijn huidige wagen voor de werkgever dus inclusief brandstof.  Wie dus meer verplaatsingen doet, zal een hoger budget krijgen.

Conclusie

Beide nieuwe maatregelen worden als complementair aanzien maar het is de bedoeling dat zij op termijn verder op elkaar worden afgestemd.

Of zij in de praktijk veel succes gaan hebben, valt nog af te wachten.  Uiteraard zal geval per geval moeten onderzocht worden welke regeling de meest voordelige is.

 

 
Marc Verbeek
Marc  Verbeek
Belastingsconsulent 
Crowe Spark