BTW en onroerende verhuur

BTW en onroerende verhuur: administratieve richtlijnen gepubliceerd

Peter Empsten
1-4-2019
BTW en onroerende verhuur

Sinds de publicatie en de inwerkingtreding van de wet van 14 oktober 2018 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde  waarbij het nieuwe optionele btw-regime voor onroerende verhuur werd geïmplementeerd, was het wachten op begeleidende administratieve richtlijnen.

Naast de administratieve mededeling van 9 januari 2019 inzake de teruggaaf van de historische btw naar aanleiding van de belaste onroerende verhuur, heeft de btw-administratie op 21 maart 2019 een nieuwe Circulaire gepubliceerd (Circulaire 2019/C/25).

Mededeling: teruggaaf van de historische btw inzake de belaste onroerende verhuur

De nieuwe btw-optie voor onroerende verhuur maakt het mogelijk btw af te trekken, zo ook de historische btw, i.e. de btw die opeisbaar is geworden vóór 01.01.2019, die in het verleden vaak niet of niet volledig in aftrek genomen mocht worden.

Om de budgettaire impact van de teruggaaf van de historische btw te temperen heeft de administratie in haar mededeling voorzien in een gespreide teruggaaf. Meer specifiek bepaalt de mededeling dat het bedrag van de historisch aftrekbare btw moet worden verrekend met het bedrag van de verschuldigde btw zoals dit voortvloeit uit het rooster 71 van de periodieke aangifte.

Indien er na deze verrekening nog een bedrag van deze historische btw voor aftrek in aanmerking komt, wordt dit tegoed overgedragen naar de volgende aangifteperiodes en dit tot het bedrag volledig is toegerekend.

Het bedrag aan btw dat niet kan worden verrekend in de eerst elf maandaangiftes of de eerste drie kwartaalaangiftes van het jaar 2019, kan worden opgenomen in de maandaangifte van december 2019 of van het vierde kwartaal van het jaar 2019, ongeacht het eindresultaat van deze aangiftes.

Tot slot, en niet zonder belang, stelt de administratie dat de belastingplichtige die historische btw wenst terug te vorderen aan het bevoegde team beheer een inventaris moet bezorgen van de betrokken goederen en diensten waarover hij de btw in aftrek wil brengen.

Circulaire 2019/C/25: FAQ inzake de nieuwe regeling op het vlak van onroerende verhuur

In aanvulling van de voormelde administratieve mededeling heeft de btw-administratie een Frequently Asked Questions (FAQ) gepubliceerd op 21 maart 2019.

De FAQ geeft vooreerst een inzicht in de praktische toepassing van de optionele btw-heffing over onroerende verhuur. Specifiek wordt toegelicht: welke aard van onroerende goederen in aanmerking komen, of delen van onroerende goederen het voorwerp kunnen uitmaken van de optionele btw-heffing, voor welke werken btw opeisbaar mag zijn geworden voor 1 oktober 2018, of leegstand een impact heeft op de initieel afgetrokken btw, etc. De gepubliceerde administratieve richtlijnen liggen in grote mate in lijn met wat eerder bekend was middels de parlementaire stukken en auteursteksten.

Daarnaast biedt de FAQ duiding bij de toepassing van de verplichte btw-heffing voor kortedurende onroerende verhuur. Specifiek wordt toegelicht: welke aard van onroerende goederen in aanmerking komen, hoe de periode van zes maanden berekend dient te worden (bv. bij opeenvolgende contracten), etc.

Tot slot biedt de FAQ toelichting bij de nieuwe administratieve richtlijnen inzake de btw-heffing voor gebouwen voor opslagdoeleinden.

De uitgebreide FAQ is terug te vinden op fisconet.be. We wensen u alvast veel leesplezier. Vanzelfsprekend mag u ook contact opnemen met uw Crowe-contactpersoon voor verdere toelichting bij deze nieuwe administratieve richtlijnen.

Peter Empsten
Peter Empsten
Head of VAT
Crowe Spark