Het bergbeklimmerswereldje kent grofweg twee disciplines: alpinisme en expeditieklimmen. Jur beheerst beide. “Alpinisme stamt van het beklimmen van de alpenreuzen, maar het niet is voorbehouden aan Europese bergen. Als alpinist klim je in enkele dagen in etappes naar de top. Je overnacht in hutten op de bergflank en gaat elke dag een stukje hoger, tot je de top bereikt. Het is een technisch uitdagende bergsport.” Expeditieklimmen is andere koek: “Je probeert de hoge, afgelegen toppen te bereiken van ongenaakbare vijf-, zes- zeven en achtduizenders. Door de grote hoogte krijg je te maken met zuurstoftekort, lage luchtdruk en extreem weer, met allerlei gevolgen. Je moet je hier intensief op voorbereiden.”
Lui met klimtouwen
Het is een feit: bergbeklimmers starten onderaan. Dat geldt ook voor Jur, wiens verhaal romantisch aanvangt: onderaan de idyllische bergweide tijdens familievakanties in Zwitserland. Het zaadje wordt geplant door zijn vader, met wie hij al met zijn hele vijf jaar de Alpen in trekt. “Zonder klimuitrusting, gewoon stevig doorstappend tot het doel van die dag, meestal een klimmershut, was bereikt. Een dag later richtten we onze pijlen op een hoger gelegen hut. Zo kwam op het einde van de vakantie de hoogste hut in zicht. Machtig was dat; liepen mijn vader en ik in korte broek over gletsjers waar wij lui met klimtouwen tegenkwamen. Toen op een bepaald moment de top lonkte, haakte mijn vader af. Wisten wij veel hoe dat moest met die touwen. Daarvoor had je kennis van alpinisme nodig. Daar ontkiemde het zaadje. Later ben ik cursussen gaan doen en leerde ik het vak.”
Binnen het expeditieklimmen is romantiek ver te zoeken. Zelfs voor ultrafitte klimmers als Jur gelden er ijzeren fysiologische hoogtewetten. Bijvoorbeeld de wet dat het menselijk lichaam op grote hoogten afsterft; dág romance. “Vanaf zesduizend meter ga je binnen twee tot drie maanden dood, ook als je voldoende eten en drinken hebt. Boven zevenduizend meter sterf je binnen twee tot drie weken”, schetst Jur het barre perspectief van de verloren geklommen klimmer. “Boven de achtduizend meter, denk aan Mount Everest, redt je lichaam het maximaal achtenveertig uur. Op zo’n hoogte verkeer je altijd in acuut levensgevaar.”
Lekker dan: sta je te wachten op de andere klimmers, terwijl jouw zuurstofcilinder leeg raakt. Tijd is je grootste vijand. Gaat het fout, dan ook goed”
De hoogtewetten zijn de reden dat klimmers soms maandenlang gecalculeerd op de flank van een achtduizender bivakkeren. “Tijdens zo’n verblijf trekken zij er regelmatig op uit om te klimmen, dalen weer af naar een lagergelegen kamp, en herstellen van de inspanningen door te rusten”, legt Jur uit. “Zo kan het lichaam goed acclimatiseren. Je werkt toe naar de topdag; de dag waarop je je hebt voorgenomen om de top te behalen, de dag dat alles fysiek en mentaal moet kloppen.” Dat is niet altijd het geval. Naar schatting meer dan tweehonderd bevroren lichamen verblijven min of meer eeuwig op de Everest. Jur zag er verschillende. Vanwege de gevaarlijke omstandigheden en de hoge bergingskosten kunnen ze niet van de berg worden gehaald, en dienen zelfs als oriëntatiepunt.
Jur is avonturier; op onverwachte plekken bijzondere dingen meemaken is zijn passie, of dat nu op een smal besneeuwd bergpad is of, wat ooit ook gebeurde, tijdens een spontaan fietstochtje om de Bodensee, 270 km op één dag. Toch is Jur risicomijdend, thuis in Valkenswaard zien partner Desiree en dochter Pepper hem immers graag heelhuids thuiskomen. “Als ik aan het klimmen ben, zit ik in het moment. De Everest is gevaarlijk, maar dat krijg ik niet voortdurend mee. Vanaf het basiskamp naar kamp één moet je bijvoorbeeld over de IJsval, een beruchte gletsjer van zevenhonderd hoogtemeters, wat uren kost. Door onstabiliteit kunnen er spleten in het ijs ontstaan waarin klimmers kunnen verdwijnen. Elke stap is gevaarlijk, maar in het moment ervaar je dat niet zo.”
Aansluiten in de rij
Keer op keer toont Mount Everest zich een ontrouwe minnares aan de klimmers die rond het voorjaar de ijzige wildernis willen bedwingen. “Stel je een basiskamp voor met tientallen expeditieleden die al anderhalve maand op goed weer hopen, en hongerig zijn naar de top. Doet zich op een bepaald moment gunstig weer voor, wat doorgaans niet lang aanhoudt, dan wil iedereen naar boven. Je moet er dan stáán met je uitrusting, waaronder je extra zuurstof. Echter, door de drukte bestaat de kans dat je in de rij klimmers moet aansluiten. Dat is een probleem. De Death Zone, de zone boven de achtduizend meter, bevat namelijk zo weinig zuurstof dat hypoxie, hallucinaties en bevriezing op de loer liggen. Lekker dan: sta je te wachten op de andere klimmers, terwijl jouw zuurstofcilinder leeg raakt. Tijd is je grootste vijand. Gaat het fout, dan ook goed. Niet voor niets sterven elk jaar vijf klimmers op de Everest.”
Machtig was dat; liepen mijn vader en ik in korte broek over gletsjers waar wij lui met klimtouwen tegenkwamen”
Internetondernemer Jur maakte fortuin door ondernemingen mee op te zetten en te verkopen – wat goed van pas komt want klimexpedities zijn kostbaar. Als ondernemer was Jur vaak de motor die anderen hielp om een succes te maken van het bedrijf. “De bedrijven waaraan ik was verbonden waren altijd andermans idee. Ik waakte over het gekozen pad, en zorgde ervoor dat we bij de les bleven. In anderen ondersteunen ligt mijn kracht. Succes bereik je door grenzen te erkennen. Ondernemen lijkt in die zin veel op bergbeklimmen.”
Jur is topfit. Deze zomer staat in Zwitserland de X-Traversée op het programma, een uitdagende trailrun van 75 kilometer in een dag, waarbij vijfduizend hoogtemeters moeten worden overbrugd. Hij bekijkt de wereld vanaf een unieke positie. Wat doet dit voorrecht met hem? “In de bergen ervaar je de opwarming van de aarde uit eerste hand. Het wordt moeilijker om boven de sneeuwgrens sneeuw te vinden voor drinkwater. En veel gletsjers die wij zien worden jaar na jaar smaller. Het hooggebergte stimuleert nederigheid, maar niet bij iedereen. Op de Everest zag ik een sherpa die een snoepje nam. Het papiertje liet hij vallen. Zo’n gids is natuurlijk niet de veroorzaker van de opwarming. Maar willen we de bergen echt begrijpen, dan zullen we nog beter naar ze moeten luisteren.”
Via ons aanvraagformulier kunt u uw gegevens achterlaten zodat wij u een exemplaar van Nuance toe kunnen sturen.