Poppetjes

Klachtplicht en bestuurdersaansprakelijkheid

Legal
Marenthe Egberts
13-7-2026
Poppetjes
Mag een vennootschap haar aansprakelijkheidsclaim jegens een bestuurder verspelen omdat zij niet tijdig heeft geklaagd? De Hoge Raad gaf op 26 april 2024 een duidelijk antwoord.

Voor interne bestuurdersaansprakelijkheid geldt als uitgangspunt dat de vennootschapsrechtelijke verhouding tussen de bestuurder en de rechtspersoon specifieke, in de wet geregelde rechten en plichten meebrengt. De aansprakelijkheid van de bestuurder tegenover de rechtspersoon op grond van art. 2:9 BW is gebaseerd op de verplichting van de bestuurder om zijn taak behoorlijk te vervullen. Die bepaling is op zichzelf echter geen bron van een verbintenis tussen bestuurder en rechtspersoon tot het verrichten van enige concrete prestatie. Schending van de daarin geregelde verplichting resulteert daarom niet in een verbintenis waarop afdeling 9 van titel 1 van Boek 6 BW van toepassing is.

Een redelijke wetsuitleg brengt mee dat aan een bestuurder ter afwering van zijn aansprakelijkheid op de voet van art. 2:9 BW jegens de rechtspersoon geen beroep kan toekomen op art. 6:89 BW. Dit vloeit voort uit de aard van de rechtsverhouding en uit de omstandigheid dat een rechtspersoon bezwaarlijk kan worden tegengeworpen dat de bestuurder tijdens zijn aanstelling nalaat namens die rechtspersoon ter zake van onbehoorlijke taakvervulling door hemzelf te protesteren.

Voor de praktijk heeft dit arrest verstrekkende gevolgen. Vennootschappen die vertraging oplopen bij het ontdekken van wanbeleid lopen niet het risico hun vordering te verspelen. Dit versterkt ook de positie van curatoren die pas ná faillissement inzicht krijgen in het handelen van bestuurders.

 

Neem contact met ons op


Gerrit-jan
Gerrit-Jan van Meeteren
PartnerCrowe Legal
Marenthe Egberts
Marenthe Egberts
Senior ConsultantCrowe Legal