Gevolgen van COVID-19 op internationale tewerkstelling

De vrijgestelde wederopbouwreserve

Marc Verbeek
7-4-2021
 Gevolgen van COVID-19 op internationale tewerkstelling

Teneinde de weerslag van de Covid-19 pandemie op het eigen vermogen van vennootschappen op te vangen en hun solvabiliteit te herstellen, werd in het voorjaar van 2020 de wederopbouwreserve aangekondigd als één van de maatregelen die vennootschappen meer financiële ademruimte moeten geven.  Uiteindelijk werd deze goedgekeurd door de wet van 19 november 2020 waardoor een nieuw artikel 194quater/1 in het WIB 1992 werd ingevoerd. 

De wederopbouwreserve biedt vennootschappen de mogelijkheid om onder bepaalde voorwaarden in de aanslagjaren 2022, 2023 en/of 2024 een vrijgestelde reserve aan te leggen tot beloop van het verlies dat zij geleden hebben in het boekjaar dat afsluit in 2020 (in sommige gevallen, voor het boekjaar dat afsluit in 2021) met een absoluut maximum van 20 miljoen euro.


Welke verliezen? 

De aanleg van de wederopbouwreserve gebeurt op basis van het boekhoudkundig bedrijfsverlies dat is geleden in het boekjaar afgesloten in 2020.  Er hoeft dus geen fiscaal verlies te zijn. Hierbij is het van geen belang of de verliezen al dan niet zijn geleden ingevolge de Covid-pandemie.  


Aan vennootschappen waarvan het boekjaar afsluit tussen 1 januari 2020 en 31 juli 2020, wordt de keuze gelaten om het verlies van het boekjaar afgesloten in 2020 in aanmerking te nemen of dat van het boekjaar afgesloten in 2021.  


Aanleg reserve


De aanleg van de wederopbouwreserve gebeurt per belastbaar tijdperk verbonden aan de aanslagjaren 2022, 2023 en/of 2024 ten belope van de belastbare gereserveerde winst vóór aanleg van de wederopbouwreserve.    

De belastbare gereserveerde winst is dan het bedrag van de aangroei van de reserves, na aanpassing in meer en in min van de begintoestand van de reserves in de aangifte vennootschapsbelasting.  


Stel: een vennootschap heeft een boekhoudkundig verlies per 31 december 2020 van EUR 100.000.  Zij kan vanaf aanslagjaar 2022 tot en met aanslagjaar 2024 een wederopbouwreserve aanleggen van maximum EUR 100.000 in functie van haar belastbare gereserveerde winst vóór aanleg van de wederopbouwreserve van de boekjaren 2021, 2022 en 2023.


De aangelegde reserve moet verder voldoen aan de ‘onaantastbaarheidsvoorwaarde’ en moet op één of meer afzonderlijke rekeningen van het passief geboekt worden.


Behoud en terugname vrijstelling


De aangelegde wederopbouwreserve wordt echter belastbaar in de mate dat de vennootschap uitkeringen uit haar eigen vermogen verricht of wanneer haar tewerkstellingspeil daalt en dit op eender welk moment na aanleg van de wederopbouwreserve. 

Ten laatste op het moment van de vereffening van de vennootschap, wordt het nog niet belast gedeelte van de wederopbouwreserve belastbaar.  



Uitkeringen uit het vermogen


Elke uitkering of toekenning sinds de aanleg van de wederopbouwreserve tot aan de vereffening van de vennootschap, geeft aanleiding tot een belaste terugname van de aangelegde reserve. 

Meer bepaald gaat het  om volgende verrichtingen:

 

Inkoop van eigen aandelen: terugname ten belope van de waarde van de ingekochte aandelen op het moment van de inkoop

- Toekenning of uitkering van dividenden: terugname ten belope van het bedrag van het toegekende of uitgekeerde dividend;

Kapitaalvermindering (met inbegrip van de terugbetaling van vastgeklikte reserves) of ‘elke andere vermindering’ van het eigen vermogen: terugname ten belope van het bedrag van de vermindering; hierbij wordt ‘elke andere vermindering’ ruim geïnterpreteerd. 


Daling tewerkstellingspeil


De personeelskosten op de 62 rekening moeten behouden blijven op minstens 85% van het bedrag op die rekening voor het boekjaar dat werd beëindigd in 2019.  Indien dit niet het geval is, dan wordt het verschil tussen die 85% en het bedrag van het betrokken boekjaar belastbaar.  Dit laatste bedrag wordt dan de nieuwe drempelwaarde voor de volgende boekjaren.

De ‘bezoldigingstoets’ moet ieder jaar gebeuren.


Het belastbaar gedeelte van de wederopbouwreserve kan wel worden gecompenseerd met alle fiscale aftrekposten waarover de vennootschap zou beschikken.


Welke vennootschappen? 

In principe komen ALLE vennootschappen in aanmerking die onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting of de belasting niet-inwoners.   De maatregel is dus niet beperkt tot KMO-vennootschappen.  Uiteraard moet de vennootschap verlies hebben geleden in het ‘Covid-jaar’. 

Volgende vennootschappen zijn echter sowieso uitgesloten: :

 

Vennootschappen die zich op 18 maart 2020 al in moeilijkheden bevonden (inclusief vennootschappen in vereffening);

Vennootschappen die in de periode van 12 maart 2020 tot aan de dag van de indiening van de aangifte waarin de reserve is aangelegd, eigen aandelen hebben ingekocht, dividenden hebben uitgekeerd, een kapitaalvermindering hebben doorgevoerd of elke andere vermindering van het kapitaal of eigen vermogen hebben verricht;

Beleggingsvennootschappen, gereglementeerde vastgoedvennootschappen,  de coöperatieve participatievennootschappen en de zeescheepvaartondernemingen onderworpen aan de tonnagebelasting;

Vennootschappen die een rechtstreekse deelneming bezitten in een vennootschap in een belastingparadijs of die aan dergelijke vennootschappen betalingen doen van minstens EUR 100.000 tenzij deze betalingen beantwoorden aan rechtmatige financiële of economische behoeften.


Samenloop met andere gunstmaatregelen

De wederopbouwreserve laat de fiscale verliezen die in het Covid-jaar zijn geleden ongemoeid.  Het is niet omdat deze (deels) het voorwerp hebben uitgemaakt van de wederopbouwreserve dat deze niet meer fiscaal aftrekbaar zouden zijn.


Verder kan de reserve worden aangelegd samen met de toepassing van het carry-back systeem van verliezen of met het stelsel van de fiscale consolidatie.


Anderzijds heeft zij een negatieve impact op het bedrag van de belastbare gereserveerde winst waardoor zij een invloed kan hebben op de interestaftrekbeperking of op de tax shelter voor audiovisuele werken of podiumproducties aangezien deze gebaseerd/beperkt zijn in functie van het bedrag van de belastbare gereserveerde winst.


Overige formaliteiten

Voor de aanslagjaren waarin de vrijstelling wordt toegepast, moet de vennootschap bij haar aangifte een formulier toevoegen dat nog door de Koning zal worden vastgesteld.


Conclusie

De invoering van de wederopbouwreserve biedt hulp aan vennootschappen die bedrijfsverliezen hebben geleden door de Covid-19 pandemie en kan zorgen voor financiële ademruimte.

Er zijn echter heel wat voorwaarden aan verbonden en de bezoldigingstoets zorgt ervoor dat deze jaarlijks moet opgevolgd worden.